Dit is het verschil tussen een schrijver en een schrijver
Een tijdje geleden besloot ik me op feesten en partijen voor te stellen als schrijver wanneer iemand zou vragen wat ik doe. Het leek me dat ik dan een stuk minder over mijn werk als copywriter hoefde uit te leggen. Want als schrijver, schrijf je.
Natuurlijk had ik kunnen weten dat mensen dan naar mijn roman zouden vragen. Bij ‘schrijver’ hebben mensen nog steeds een romantisch beeld in hun hoofd van iemand die rode wijn drinkt en aan een pijp lurkt terwijl er driftig wordt getypt op een ouderwetse typmachine. Niet een niet-meer-zo-jonge, frisse meid met een laptop.
Maar wat doe je dan wel?
Met als resultaat dat ik nog langer bezig was met uitleggen wat ik nou precies doe. (Mocht je benieuwd zijn, ik schreef er al eerder over.) Ineens moest ik over mezelf gaan vertellen. En, je zou het op basis van mijn blogs misschien niet zeggen, daar voel ik me doorgaans vrij oncomfortabel bij. Wanneer iemand oprecht vraagt wat ik precies doe of hoe het echt met me gaat, ben ik direct van mijn à propos.
En dat is helemaal oké, ik vind het heerlijk om naar anderen te luisteren. Ik heb ook nog eens het geluk dat ik mijn werk heb kunnen maken van dat wat ik het liefste doe: mensen vragen stellen en dat opschrijven in de juiste vorm.
Informeren en onderzoek doen
Daar zit ook direct het grootste verschil tussen een schrijver en een schrijver. Als commercieel tekstschrijver, schrijf ik teksten die informeren, overtuigen, je aanzetten tot actie of die simpelweg verkopen. Dat doe ik altijd op basis van een strategie die ik met mijn opdrachtgevers bespreek. Wie is de doelgroep, wat wil je bereiken en hoe kun je deze mensen bereiken?
Het is een gestructureerd proces waarbij ik met de opdrachtgever en eventueel andere betrokkenen praat en dus veel luister, onderzoeken en analyses uitvoer of laat uitvoeren en vaak werk ik samen met ontwerpers, ontwikkelaars, marketeers, fotografen of andere mensen met een specifieke expertise. Zowel het proces als het doel zijn heel anders dan wanneer je fictie schrijft.
Alles is mogelijk
Schrijf je romans of korte verhalen, ik noem het voor het gemak even overkoepelend fictie, dan is je doel heel anders. Het belangrijkste is dat je verhaal geen waarheid hoeft te zijn. Dat vind ik tegelijk ook het allermooiste aan fictie: alles wat je wil dat mogelijk is, is mogelijk. Je hoeft iets niet te toetsen aan onze realiteit, mits je verhaal consistent is. Je kunt je fantasie de vrije loop laten en mag verzinnen wat je wil verzinnen.
Hoewel het proces van iedere copywriter anders is, komt het globaal redelijk op hetzelfde neer. Voor romanschrijvers en dichters wisselt dat enorm. Waar de één begint met schrijven en wel ziet welke personages en situaties er ten tonele komen, zoals Stephen King, kiest de ander ervoor om heel veel uit te schrijven voor en tijdens het schrijven van een roman, zoals Annet Schaap.
Grappig genoeg is mijn proces voor het schrijven van commerciële en journalistieke teksten redelijk hetzelfde als voor fictie, weet ik sinds mijn cursussen aan de Schrijversvakschool. Ik moet eerst heel veel input verzamelen, in de vorm van interviews (commercieel) of ideeën voor scènes (fictie). In beide gevallen denk ik veel na over de mensen: karakters in fictie, de doelgroep en geïnterviewden in commercieel en journalistiek werk.
Dat moet allemaal marineren in mijn hoofd tot er een beginpunt is én ik weet wat het eind moet zijn. Daarna is het een kwestie van gaan zitten en heel veel typen.
Een betere schrijver door fictie
Commercieel schrijven en fictie schrijven kunnen goed hand in hand gaan. Sterker nog: ik denk dat je er als commercieel schrijver goed aan doet om je te verdiepen in fictie. De cursussen aan de Schrijversvakschool hebben mij naast een leuke hobby ook écht goede handvatten gegeven voor het schrijven van mijn commerciële werk. Door fictie ga je op een andere manier kijken naar het vertellen van een verhaal en je krijgt onwijs goede schrijftips mee.
Daarnaast is het simpelweg ook gewoon goed om veel te lezen. Het helpt je nieuwe invalshoeken te vinden, je leert hoe je een verhaal vertelt en je ziet wat je allemaal met taal kunt doen. Lees zo divers mogelijk, lees boeken van schrijvers van alle leeftijden, decennia, achtergronden en uit alle landen. Het verbreedt je horizon op zoveel vlakken.
Dan toch een debuutroman?
Ook helpt lezen je enorm met je inlevingsvermogen. Kun jij je inleven in de karakters van de boeken die je leest, dan kun jij je ook inleven in je opdrachtgever. Creatief schrijven helpt daar ook weer bij: door karakters te bedenken die heel anders zijn dan jij, lukt het je beter om je in andere doelgroepen in te leven. Dat maakt je een betere schrijver.
Of ik na vijftien jaar dan toch aan die debuutroman ga beginnen? Ik durf niets te beloven. Maar ik heb er sinds een paar jaar wél een hele leuke hobby bij die mij ook nog eens beter maakt in mijn betaalde werk.
P.S. In dit artikel schrijf ik puur over het schrijven van fictie, niet over het uitgeven van een boek, het werken met een redacteur of (deels) leven van het werk als romanschrijver. Wil je daar mee over weten? Volg op Substack dan vooral Aisha Dutrieux, Jamal Ouariachi, Aafke Romeijn, Walter van den Berg, Marcel van Driel en Tjeerd Langstraat.