Wilbert (28) verliet Amsterdam voor het platteland

Een hoop mensen dromen ervan om vanuit hun rustige dorp naar het hippe Amsterdam of het bruisende Rotterdam te verhuizen. Bij Wilbert van de Kamp (28) is dat niet zo. Hij koos er juist voor om van het drukke Amsterdam op het platteland te gaan wonen.

Wilbert woonde in één van de meest geliefde buurten van onze hoofdstad. „Maar ik wilde op een plek wonen waar ik niet vanuit de drukte naar de rust moet, maar vanuit de rust juist de drukte kan opzoeken”, vertelt hij aan Metro. Dat is niet de enige reden: „Ik had ook het idee dat ik meer met boeren wilde doen en dichterbij de boeren wil wonen.”

ALLESDOENER

Wilbert is een soort allesdoener als het gaat om eten. Hij presenteert in Amsterdam de talkshow Als Warme Broodjes van Youth Food Movement in Pakhuis de Zwijger. Daar spreekt hij met mensen die onderdeel uitmaken van ons voedselsysteem. Dan hebben we het niet over eten dat het gezondsts, het lekkerst of het duurzaamst is, maar er wordt gepraat met boeren, sommeliers en influencers. Daarnaast doet Wilbert vooral wat hij leuk vindt: van oma’s blij maken met Omapost tot koken of bedrijfjes opzetten en voor een gezelschap van veertig mensen.

Terug naar het landhuis waar Wilbert woont. Oosterhouw is een rijksmonument in het dorp Leens, in Groningen. Het werd in 1868 gebouwd. In 1989 kwam landschapsarchitect Klaas Noordhuis er wonen met zijn partner en dichter C.O. Jellema. In 2014 besluiten ze het huis te koop te zetten. Omdat het verkopen lastig is, zoeken ze een huisbewaarder. Wilbert en de eigenaren van het huis en blijken een perfecte match, en Wilbert vertrekt eind 2016 uit Amsterdam om in Oosterhouw te gaan wonen. De afspraak: hij mag er alles doen wat hij leuk vindt.

„De vraag is dan ook niet of het kan, het kan. We kijken later wel hoe we het voor elkaar gaan krijgen”, vertelt Wilbert over de evenementen. De ene keer zitten er schrijvers of kunstenaars bij hem in huis, de andere week is er een leesclub van Das Mag of het Zwarte Zielen Festival.

BAND MET HET ETEN

Naast vanuit de drukte terug te willen naar het platteland, is er voor Wilbert nog een andere reden. Je staat veel dichterbij je eten. „Twee keer per week maak ik met de auto een rondje door de buurt om eten te halen bij de boeren. De ene boer heeft zuivel, de andere boer aardappelen en de lokale groenteboer hier haalt ook groenten uit de buurt.” Een stuk arbeidsintensiever dan even een tripje naar de plaatselijke supermarkt. „Maar je weet wel waar je eten vandaan komt. Het vlees dat je eet, zie je gewoon in de wei staan. Je ziet hoeveel werk het kost om het dier te slachten, in stukken te snijden en in te vriezen.” Daarnaast krijg je meer een band met je eten. „De boeren waar ik haal zijn mensen die zorgen dat eten de ruimte en tijd krijgt van de boer om te groeien.” Maakt dat het ook lekkerder? „Het maakt uit voor de smaak. En het heeft ook te maken met versheid.”

Eten zo direct bij de boer vandaan is vrij utopisch, zeker in een stad als Amsterdam. „Als ik in Amsterdam naar de supermarkt ging, kocht ik heel makkelijk vlees. Voor mijn gevoel was ik de band met eten kwijt.” Bij boeren je eten halen zorgt voor veel meer bewustwording, vindt Wilbert. Je ziet hoe vlees wordt verwerkt en hoeveel moeite het kost. „Daardoor eet ik veel vaker vegetarisch.” Met seizoensgroenten dus, wat soms inhoudt dat er wekenlang wortels worden gegeten op verschillende manieren.

EERLIJK EN EENVOUDIG

Moeten men dat in de stad dan ook maar doen? „Het zou heel mooi zijn als iedereen zijn eten bij de boeren haalt, maar dan komen de boeren niet meer toe aan het werk. Maar ik denk wel dat er tussenvormen zijn, door gewoon met corporaties in te kopen. Of te kijken welke boeren rechtstreeks naar de stad leven. Ik denk dat je daardoor in ieder geval wat stappen deze kant op kunt zetten. Dan wordt het in ieder geval makkelijker om anders te gaan eten.” Daardoor gaan mensen gezonder en bewuster eten, denkt Wilbert. „Maar voor zoiets heb je wel echt tijd en aandacht nodig.”

Hoezo lukte dat dan niet in Amsterdam? „Ik merkte dat de stad met me aan de haal ging. Er was teveel mogelijk. Bijna elk biertje dat je drinkt is een soort onderhandeling. Je bent altijd aan het borrelen. Ik miste de manier van met elkaar omgaan waarbij je niet meteen wat van elkaar verwacht. Je doet iets samen en er komt wat uit of niet. Ik merkte dat Amsterdam echt een bepaald soort druk op me legde, en dat vond ik heel ingewikkeld.” Loslaten gaat beter nu Wilbert in Oosterhouw woont. „Ik ben afhankelijk van mensen die hier naartoe komen dus ik moet wel. Met die boeren ga je ook niet de hele dag nieuwe startupjes optuigen. Zij zijn blij dat ik het verhaal van hun aardappels vertel, ik ben blij dat ze zulke goede aardappels hebben. Dat vind ik een hele eenvoudige en eerlijke manier van samenwerken.”

Dit verhaal verscheen eerst op Metronieuws.nl

Beeld: Maartje Strijbis

Ingelise de Vries